Regionaal beleid

Door de decentralisatie van verantwoordelijkheden, is een groot deel van het landschapsbeleid bij de provincies en gemeenten terecht gekomen.

In de Wet ruimtelijke ordening staat dat de Rijksoverheid alleen beleid oplegt bij beleidsdoelen van nationaal belang; de rest is in handen van de provincies en gemeenten. Provincies en gemeenten zijn dus baas in eigen achtertuin. Zij maken hun eigen keuzes en bepalen zelf waar mag worden gebouwd en welk natuurgebied moet worden beschermd. Zij zijn daarbij wel verplicht om rekening te houden met cultureel erfgoed en landschappelijke waarden. Van alle overheden houden de provincies zich het meest met het landschap bezig. Het gaat hierbij meestal om gebieden die gemeentegrenzen overschrijden.

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIRkrijgen provincies en gemeenten meer verantwoordelijkheid op het gebied van ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid. Provincies en gemeenten zijn volgens het kabinet beter op de hoogte van de situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties. Daardoor kunnen zij beter afwegen wat er in een gebied moet gebeuren.

Nationale landschappen

Nationale landschappen zijn gebieden met internationaal zeldzame of unieke en nationaal kenmerkende landschapskwaliteiten, en in samenhang daarmee bijzondere natuurlijke en recreatieve kwaliteiten. Het Rijk heeft in de Nota Ruimte (2006) 20 nationale landschappen aangewezen. In 2012 is het rijksbeleid van deze landschappen stopgezet, en is de zorg voor nationale landschappen overgedragen aan de provincies, die elk op hun eigen manier de zorg voor de nationale landschappen voortzetten. Het Servicenet Nationale Landschappen heeft als doel de gezamenlijke belangenbehartiging, marketing en kennisontwikkeling van de 20 Nationale Landschappen in Nederland te bevorderen.

Nationale Parken

De 20 Nationale Parken in Nederland vertellen gezamenlijk het verhaal over de natuur in Nederland. De Nationale Parken herbergen veel bijzondere planten- en dierengemeenschappen, maar bezitten daarnaast ook grote landschappelijke en cultuurhistorische betekenis. Grondeigenaren, beheerders en andere betrokkenen zorgen dat die natuur karakteristiek en bijzonder blijft. De mooiste stukken natuur blijven daardoor voor Nederland behouden. Met de decentralisatie van het natuurbeleid is de verantwoordelijkheid voor de Nationale Parken bij de provincies komen te liggen.

Beschermde stads- en dorpsgezichten

De aanwijzing tot beschermd stads- of dorpsgezicht is bedoeld om historisch waardevolle gebiedsonderdelen te beschermen, zoals bouwblokken, pleinen, straten en groenvoorzieningen. Hoewel er geen nieuwe beschermde stads- en dorpsgezichten meer worden aangewezen, vallen de bestaande, ruim 400 beschermde gebieden onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. De gemeente is verplicht om hier in planologisch opzicht rekening mee te houden en moet ervoor zorg dragen dat de kernkwaliteiten overeind blijven. Een overzicht van alle beschermde gezichten is hier te vinden.